Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

p/a Couwenhoven 4612

3703 EM  Zeist

telefoon 030-6958618

email kouwe032@wxs.nl



Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht

postbus 80300

3508 TH  Utrecht





onderwerp:

Bezwaren en bedenkingen

Landinrichtingsplan Groenraven-Oost Zeist, 26 oktober 1998







Geacht college,



Onderstaand treft u onze bedenkingen bij en bezwaren tegen het Ontwerp-Landinrichtingsplan Groenraven-Oost.



Landinrichtingsplan onvoldoende uitgewerkt

Wij beperken ons in onze bedenkingen en bezwaren tot het werkgebied van onze vereniging, globaal gelegen ten noorden van de A12. Wij vinden het een goede zaak dat er een integrale gebiedsvisie in de vorm van een Ontwerp-Landinrichtingsplan ligt. Ook is goed dat er meer ruimte voor de natuur komt. Zoals zal blijken vinden wij dat het plan een aantal onderwerpen onvoldoende uitdiept en afweegt. Onze bedenkingen hiertegen zijn van zodanige omvang dat wij vinden dat het plan terugverwezen moet worden naar de Landinrichtingscommissie. Ook is de plankaart onduidelijk m.b.t. de bestemming "agrarisch te handhaven" die ook gebruikt is voor gebieden waarop nu een andere bestemming of ander gebruik rust.



Het vaststellen van een Landinrichtingsplan is juist het moment om richtinggevende uitspraken te doen over het landschap. Maar dan moet het wel goed gebeuren. Wij vinden dat er per deelgebied een duidelijke beschrijving moet komen van de aanwezige natuur-, landschaps- en aardkundige waarden en de daarvan afgeleide na te streven inrichting. Anders is er ook geen toetsing van effecten in het kader van de MER mogelijk. Duidelijk moet zijn welke weging er per geval van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische belangen gemaakt wordt. Deze weging wordt door ons node gemist.



Natuur, landschap en aardkundige waarden.

Eén van de opdrachten gegeven door GS was het bewaren van "het karakteristieke landschap". Het plan geeft als doelstelling "het creëren van een karakteristiek landschap" en bestempelt het landschap als stadslandschap. Als karakteristiek ziet de Landinrichtingscommissie alleen de landgoederen en blijkbaar niet de open weidegebieden, de verkaveling, de begroeiing in de vorm van grienden, boomgaarden e.d. en het bodemreliëf. Grote delen van het plangebied zijn nog als karakteristiek Kromme Rijnlandschap te bestempelen. Het plan dient aan te geven dat dit zoveel mogelijk behouden moet worden. Dan ontstaat ook een duidelijk toetsingskader voor inrichtingsactiviteiten. Dat ontbreekt nu. Wij zijn tegen het creëren van een nieuw type landschap.



Het verwijderen van bomen en struweel om meer zicht te geven op zichtlijnen van buitenplaatsen, komt op sommige plaatsen geforceerd over (bijvoorbeeld langs de Koelaan en de Tiendweg) omdat het geen recht aan de thans aanwezige landschappelijke waarden en natuurbelangen. Verwijderen van struweel mag niet dan na zorgvuldige weging van de aanwezige natuurbelangen plaatsvinden. In de literatuur wordt duidelijk aangegeven dat onderbegroeiing van laanbomen voor de natuur van groot belang is. Het plan dient te vermelden dat de belangen van natuur en landschap eerst gewogen moeten worden.



Ontbrekende bescherming van en aandacht voor aardkundige waarden/grondwater

De enige aandacht die aan de karakteristieke geomorfologie van het gebied wordt besteed, wordt gevormd door enkele beschrijvende woorden in de inleiding van het plan. Nergens is sprake van de bescherming van aardkundige waarden als stroom- en zandruggen en kommen en historische lijnen en waterlopen. Dit staat haaks op het vigerend gemeentelijk en provinciaal landschapsbeleid en leidt ertoe dat voorgestelde ingrepen onvoldoende op houdbaarheid worden getoetst. Bij uitgraven en afgraven moet het effect op de aardkundige waarden en de grondwaterstand getoetst worden. Het plan dient dit in aanvaardbare onder- en bovenwaarden dan wel in een normering te vermelden.



Uitwerkingen in overleg met gebruikers en natuur- en milieuorganisaties

Voor de inrichting van natuurontwikkelingsgebieden dient er als aangegeven eerst per gebied een richtinggevende visie te zijn. Hierdoor wordt voorkomen dat bewoners en natuur- en milieu-organisaties in de uitvoeringsfase met voldongen feiten worden geconfronteerd op grond van vaagheden in het huidige plan. Bezwaarlijk is dat er nog weinig bekend is over het uitvoeringsniveau van projecten. Wat aanvankelijk een goed idee lijkt, kan door een noodzakelijk blijkende grootschalige uitvoering uiteindelijk toch niet aanvaardbaar zijn. Het Landinrichtingsplan dient aan te geven dat in de uitvoeringsfase heroverwegingen mogelijk zijn en aan te geven wie bij de planvoorbereiding zullen worden betrokken.



De ecologische verbindingsroute tussen Koelaan en Kouwenhovenselaan

Onze werkgroep meent dat het landschap ten zuiden van Zeist de uitstraling van een in hoofdzaak agrarisch landschap moet behouden. Het gaat om een open gebied met in het verleden natte weilanden, grienden, boomgaarden en met (soms verwilderde) parkbossen. Het blikveld zuid-noord moet in principe open zijn. Dit landschap is een cultuurlandschap op een bodem geschapen door de rivier. Dit is op veel plaatsen nog herkenbaar. Dit authentieke landschapsbeeld verdient bescherming. Nieuwe beplanting moet met respect voor de lijnen van het oorspronkelijke landschap en de aanwezige beplanting en natuurwaarden worden aangebracht. Het gestelde in het plan over de natuurstrook bij Couwenhoven, Brugakker en Lage Grond is tegenstrijdig en dus onduidelijk: enerzijds is sprake van uitsluitend laagblijvende begroeiing, anderzijds van bosjes met een landschappelijke functie. Wat is het nu? Ook hier lijkt een gefundeerde visie te ontbreken.



De Landinrichtingscommissie handhaaft in het gebied tussen Zeist en Bunnik een te strakke scheiding tussen landbouw en overige functies. Daardoor wordt een niet-effectieve invulling van de EHS-structuur tussen Zeist en Bunnik gegeven. In dit gevoelige gebied zou deels natuurbeheer door agrariërs op landbouwgrond moeten plaatsvinden. Ook al omdat de ecologische verbindingszone die langs de wijk Couwenhoven is geprojecteerd, niet de traditionele wildwissels volgt. De ecologische verbinding is zo dicht bij de bebouwing van Zeist gesitueerd dat wild niet buiten het landbouwgebied kan. Daarom moet er aandacht besteed worden aan het creëren van stepping-stones in het landbouwgebied tussen de wijk Couwenhoven en De Brakel die de eeuwenoude wildwissel blijven ondersteunen. Het verdwijnen van een belangrijke stepping-stone in de vorm van een boomgaard is nu reeds een groot gemis.



Van de potenties van de aanwezige randsloot langs Zeist-West wordt geen gebruik gemaakt. De randsloot ligt in een kwelwaterzone. De randsloot voert kwelwater uit het drainagesysteem onder de wijk af en hemelwater van weinig bereden wegen. De waterkwaliteit van deze sloot is blijkens onderzoek goed. De aanwezige vegetatie duidt op een kwelwatermilieu. Als het Schoonwatersysteem door de Zeister Grift kan worden geleid (zie de paragraaf Schoonwatersysteem), kan de bestaande randsloot langs Zeist-West met enige aanpassingen voor de natte ecologische verbinding tussen de Koelaan en de Lage Grond zorgen.



De Landinrichtingscommissie is niet ingegaan op voorstellen om tussen Zeist en Bunnik tot aanpassing van het Begrenzingenplan te komen. Wij vinden dus dat er in dit gebied twee verbindingsroutes uitgewerkt moeten worden. De natte loopt langs de randsloot van Zeist-West. De droge verbinding kan in overleg met de landbouwers en met de lokale natuurkenners versterkt worden door de bestaande, reeds aanwezige wildwissel met stepping-stones te versterken. De voorgestelde bosjes langs Couwenhoven kunnen dan hier gecreëerd worden. Wij vinden dus dat het Landinrichtingsplan voor het gebied ten zuiden van Couwenhoven onvoldoende uitgewerkt is. Wij vinden dat dit gebied nog eens door de Landinrichtingscommissie onder de loep moet worden genomen. Ook dient bevorderd te worden dat het Begrenzingenplan in deze zin wordt aangepast.



Lage Grond/Niënhof/Oostbroek

Het plan voor de natte verbinding in de vorm van een uit te graven meander is zo vaag dat het slechts globaal beoordeeld kan worden. Wij stellen vast dat Hakswetering, Kromme Rijn, Zeister Grift, diverse sloten en het Schoonwatersysteem al voor natte verbindingen zorgen. Waarom dan nog een natte verbinding? Het uitgraven van een meander in dit gebied kan niet beoordeeld worden als niet de natuur-, de milieu- en de landschapseffecten daarvan in een MER-achtige rapportage inzichtelijk gemaakt worden. Wij vinden dat een dergelijke zinsnede in het plan moet worden opgenomen. Vooralsnog hebben wij bezwaren tegen het uitgraven van nog een meander in dit gebied omdat het graven van meanders het agrarisch landschapsbeeld kan aantasten en dat de natuurwaarde ervan in relatie tot niet-uitgraven moet worden aangetoond. Er is bijvoorbeeld ook nestelgelegenheid voor weidevogels nodig.



Inrichting Koelaan/faunapassages

Een veel gebruikte wildwissel loopt iets ten noorden van de Oude Hakswetering en kruist vervolgens de Koelaan. Het is daarom onjuist dat op deze plaats langs de Koelaan voorgesteld wordt om struweel te verwijderen zonder weging van deze natuurbelangen. Het is ook niet duidelijk wat het verwijfderen van wat struweel toevoegt aan de aanwezige as van het Zeister Slot. Het verwijderen van struweel is onvoldoende gemotiveerd. Iets verder ten westen van de Koelaan is de volgens de kaart te handhaven beplanting overigens al verdwenen. Deze (in de vorm van een hoogstamboomgaard) speelde een belangrijke rol in de faunapassage. Waar particuliere eigenaren kennelijk slordig met natuurbelangen omspringen, moeten overheid en natuurbeheerders in dit gebied het natuurbelang met betrekking tot het handhaven van struweel voorop stellen.



Inrichting natuurontwikkeling en faunapassages Tiendweg/Wulperhorst/De Brakel

Het plan motiveert niet waarom het struweel en bomen langs de Tiendweg verwijderd moeten worden. Het struweel vervult hier een rol in de ecologische verbindingen. Een ecologische toets ontbreekt. Onzinnig om hier bomen om te hakken of struweel te verwijderen. Schaadt het natuurbelang en landschapsbelang. Het Begrenzingenplan geeft hier duidelijk "Bos/natuurgebied" aan. Het natuurbelang wordt in dit gebied ook al verstoord door de wandelpaden bij het spoor en diverse hekwerken. Het afgraven van het natuurontwikkelingsterrein van de voormalige boomgaard in de Wulperhorst achten wij volledig misplaatst in een dergelijk cultuurhistorisch waardevol gebied. Het natuurterrein heeft voldoende potenties om binnen het cultuurhistorische landgoed als weide o.i.d tot zijn recht te komen. Het creëren van een soort grote "kuil" tast de aanleg van het oude landgoed aan. Terreinen met drasvegetatie moeten op lagere gedeelten aangelegd worden, bijvoorbeeld langs de Nieuwe Hakswetering. Wat wij bovendien onjuist vinden is dat het plan niet aangeeft hoe diep er afgegraven zou worden. Het Landinrichtingsplan geeft zo groen licht voor een ernstige aantasting van het landschap.



Er is geen garantie dat aan de zuidzijde van de spoorlijn Utrecht-Arnhem bij de Schoudermantel een landschappelijke inrichting is en blijft die de in het plan opgenomen passage langs de Kromme Rijn onder de A12 door in stand houdt. Wij achten het Landinrichtingsplan hier ernstig te kort schieten. Daarom ook de thans reeds functionerende passage bij de veetunnel in de Wulperhorst in het plan en op de kaart opnemen en verder versterken. In het gebied bij de veetunnel houden zich overdag reeën schuil. Helaas is hier al een wandelpad geopend. Dit is hier de enige stepping stone. Bij het maken van een wandelpad moet hiermee rekening worden gehouden. Derhalve geen tracé langs de spoorbaan, maar gewoon zoals nu langs het Grand Canal en aldaar dichte begroeiing creëren. Pas wandelpaden openstellen als er voldoende dekking gerealiseerd is. Alleen wandelpaden onder ecologische monitoring van de effecten.



Wij vinden het onbegrijpelijk dat het deel van het landgoed Wulperhorst ten zuiden van het spoor niet als bos/natuurgebied ontwikkeld wordt zoals in het voor-ontwerp werd voorgesteld. Waarom wordt dit deel opeens buiten het plangebied gehouden? Wij hebben hiertegen ernstige bezwaren omdat zo een aanwezige faunapassage onvoldoende wordt ondersteund.



Blikkenburg/Bunzing

Het huidige militaire kamp bij Blikkenburg heeft in het Landinrichtingsplan de bestemming "agrarisch te handhaven". Dit moet naar onze mening gezien de planologische doelstellingen in dit gebied zijn natuur. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een deel van het zogenaamde populierenperceel, een bijzonder natuurgebied. Voorts moet meer uitgebreid overwogen om de akkers tussen Bunzinglaan, Tiendweg, Driebergseweg en Koelaan een natuurbestemming te geven dan wel daarop een meer natuurlijk beheer te voeren. Dat zou prioriteit moeten hebben in de zogenaamde Groene Driehoek.



Hoge Woerd/Odijk

Het aanleggen van een strook bos langs het Schoonwatersysteem hier achten wij landschappelijk niet passend. Dit is open weidegebied. Bovendien wordt hier een stiltegebied aangetast dat gezoneerd beschermd was. Het aanleggen van een voetpad langs het Schoonwatersysteem werkt verstorend en is niet nodig als de Rijnseweg van een goed voetpad wordt voorzien. In elk geval moeten ook hier huisdierwerende maatregelen worden getroffen. Het aanleggen van een brug over de Kromme Rijn bij het gemeentehuis van de gemeente Bunnik in Odijk is geen goede zaak omdat hierdoor een "hondenuitlaatroute" ontstaat met ook voor de recreant alle nare gevolgen van dien.



Park Schoonoord integraal benaderen

Wij achten het onjuist dat het Park Schoonoord, vanwege de aanleg in de Engelse Landschapsstijl een gemeentelijk monument, dat wordt toegeschreven aan J.D. Zocher, in het Landinrichtingsplan niet als eenheid gezien wordt. Dit vanwege de aanwezigheid van vele karakteristieke elementen van het oorspronkelijk landschapspark tussen Bunzinglaan en Blikkenburgerlaan en het feit dat in de vijftiger jaren de school en het IVO in bijna dezelfde tijd onder verantwoordelijkheid van de Rijksgebouwendienst gebouwd zijn zoveel mogelijk rekening houdend met de parkaanleg. Wij zouden schaalvergroting, in casu uitbreiden van het bouwvolume, bij het zogenaamde IVO-gebouw diep betreuren. Beter is het enkele recente bijgebouwen van het IVO-gebouw te verwijderen, waardoor het oorspronkelijke ontwerp dat niet zonder kwaliteit is, beter tot zijn recht komt. Het park is langs de Driebergseweg altijd een gesloten geheel geweest. Bij het IVO-gebouw kan en mag geen "zichtlocatie" gecreëerd worden: het IVO-gebouw is ontworpen in en met een oriëntatie op het park. Langs en achter het IVO-gebouw loopt nog steeds een laantje uit het oorspronkelijke ontwerp uit 1829 dat precies op de overgang van hogere en lagere gronden loopt. Dit biedt een mooi uitzicht over de Groene Driehoek. De wandelmogelijkheid hier zou hersteld moeten worden - dat kan met weinig moeite - als alternatief voor de wandeling langs de Blikkenburgervaart, die wij meer verstorend achten (zie aldaar).



A28/Utrechtseweg

De aanduiding faunapassage ontbreekt bij het viaduct in de A28. Ook dienen de gronden bij de passage de bestemming natuur te krijgen. Ook dient de huidige wildwissel tussen De Holle Bilt en Vollenhove waar deze de Utrechtseweg kruist als faunapassage aangewezen te worden zodat ter plaatse beschermende maatregelen getroffen kunnen worden.



Wandelpad tussen Zeist-West en de Niënhof

Wij zijn voorstander van verantwoorde vormen van recreëren in het gebied. Daarom moeten de bestaande mogelijkheden om langs de randen van het gebied tussen Zeist-West en Bunnik te kunnen wandelen uitgebreid en verbeterd worden. De situatie bij de Lage Grond en bij Couwenhoven langs de "Weilandweg" vraagt wat dit betreft aandacht. Ook kan er aan het bestaan van deze mogelijkheden veel meer aandacht gegeven worden. Het plan behoeft wat dit betreft aanvulling. Langs de hele lengte van de Koelaan en de Sportlaan dient een voetpad te worden aangelegd. Een aantal wegen in het gebied moet worden gesloten voor auto's en motoren (behalve bestemmingsverkeer).



Wij wijzen het wandelpad tussen de Niënhof en Zeist-West af. De stedelijke druk vanuit Zeist-West is te groot. De griend ten oosten van de Nieuwe Hakswetering, waarlangs een pad gepland is, biedt onderdak aan steen- en ransuilen, reeën met kalveren en ander bijzonder wild. Er broeden in dit gebied weidevogels. Dit is de enige plek waar in dit gebied nog een enkel broedsel grootgebracht wordt. Het pad zal verstorend werken. Er is voor deze dieren geen alternatief. Het pad ten westen van de Nieuwe Hakswetering leggen is geen oplossing omdat de onrust blijft. De MER-commissie suggereert om paden - als zij er al zouden moeten komen - tijdens de broedtijd te sluiten. De broedtijd voor de onderscheiden soorten loopt van februari tot augustus. Bovendien, ook in de winter zoeken de vogels van het gebied een rustpunt. Er is dan veel minder dekking. Juist in het rustige gebied langs deze as vinden we dan veel vogels.



Niet uitgewerkt wordt in het Landinrichtingsplan wat de gevolgen van de aanleg van het voorgestelde pad Niënhof-Zeist-West zijn. Dit is in strijd met de MER-plicht. Terecht signaleert de MER-commissie dat wandel- en fietsroutes verstorende factoren vormen. Dit staat ook in het Inspraakverslag.

De MER-commissie:

"Bedoelde landgoederenzone is binnen Groenraven-Oost echter het laatste nog rustige deel van het landelijk gebied. Zo beschouwd zou de aanleg van de paden de nu nog aanwezige zonering in Groenraven-Oost juist teniet doen. Bovendien moet deze zone volgens de inrichtingsopgave beter gaan functioneren als ecologische verbindingszone. De geprojecteerde fietspaden staan letterlijk en figuurlijk haaks op de richting van deze zone, met alle risico's voor verstoring en versnippering" (bladzijde 161).

En op bladzijde 168:

"Milieu-effecten (versnippering, verstoring) van recreatief medegebruik kunnen worden verminderd door: Ruime bufferzones rondom kwetsbare natuurgebieden (met een recreatief medegebruik van maximaal 2/ha) rekening houdend met de draagkracht van natuur en landschap. In dit kader adviseert de Commissie MER in elk geval tot heroverweging van de ontsluiting van het plangebied voor recreatief fietsen en geheel of gedeeltelijke afsluiting (bijvoorbeeld in broedseizoen) van kwetsbare landgoederen met vervangende recreatiemogelijkheden elders dicht bij de woonomgeving (compensatiebeginsel)."



Wij zien als onvermijdelijk effect van de aanleg van een pad hier dat er ondanks alle verbodsbepalingen toch honden zullen worden uitgelaten en dat er zal worden gefietst. Er wonen hier immers veel mensen direct bij de natuur. Handhaven van regels is in de praktijk onmogelijk. Ook is er een zodanig intensief gebruik dat er geen sprake meer is van extensieve natuurrecreatie, maar intensieve stedelijke recreatiedruk. Ook de gemeente Zeist stelt in haar reactie op het concept-ontwerpplan voor om pas paden aan te leggen nadat de effecten op natuurwaarden bekend zijn. Ook stelde de gemeente Zeist voor om tot prioritering en fasering over te gaan. Dit werd uitgelegd als eerst de natuur tot ontwikkeling te laten komen en dan pas het aanleggen van paden overwegen. In het licht van het voorgaande zijn de voorstellen van de Landinrichtingscommissie voor de aanleg van het pad langs de Nieuwe Hakswetering ten principale onvoldoende doordacht en onderbouwd.



Weg, wandelpad en (utilitair) fietspad Weteringlaan-Bisschopsweg

De aanleg van de landbouwontsluitingsweg Weteringlaan - Lage Grond vormt naar onze mening een onaanvaardbare aantasting van het landschap op een fraai punt. Nu het verdwijnen van het boerenbedrijf aan de Lage Grond wordt gestimuleerd, moet deze weg beslist niet aangelegd worden. Het verdwijnen van het landbouwbedrijf en het ecologisch goed inrichten van het gebied, vinden wij zo dringend gewenst dat vertrek op vrijwillige basis van het boerenbedrijf hier in dit EHS-gebied ons te vrijblijvend is. Het Landinrichtingsplan moet het verdwijnen van dit bedrijf regelen. Het voorgestelde utilitaire fietspad langs de Bisschopswetering doorsnijdt trekroutes van wild op een heel gevoelige punt en loopt direct langs de enige "stepping-stone" in dit gebied en vormt daardoor een aantasting van de EHS. Fietsers kunnen via de Bisschopsweg rijden. Deze mag overigens niet verlicht worden vanwege het natuurbelang. Het plan dient dit aan te geven. Bij duisternis is er een verlichte route is beschikbaar langs de Universiteitsweg en de Utrechtseweg.



Langs de Blikkenburgervaart en van de Bunzinglaan naar de Koeburglaan/Rijnwijck

Een wandelpad langs de Blikkenburgervaart werkt verstorend. Een goed alternatief is de wandelroute door Schoonoord met fraaie doorkijkjes op het gebied! Tussen Bunzinglaan en Laan van Rijnwijck loopt thans al een fraaie wandelroute langs de griend van Rijnwijck die niet op de plankaart staat. Daarom geen wandelroute opnemen langs het Schoonwatersysteem. Met oog op de verstoring niet twee wandelroutes binnen 400 meter naast elkaar, zeker niet nu de boerderij de Bunzing mogelijk intensief bewoond gaat worden. Een fietspad en/of wandelpad door Rijnwijck wijzen wij af. De natuur heeft rustige kerngebieden nodig. Er zijn voldoende alternatieven.



Recreatierustpunten

Er bestaat behoefte aan. Wie draagt de kosten van het schoonhouden, legen van prullenbakken e.d? Dit is altijd een probleem. De oplossing moet in het plan geregeld zijn. Anders kan de aanleg niet goedgevonden worden. De situering ervan niet midden in het landschap, maar altijd zodanig dat het fraaie uitzicht in stand blijft. Derhalve voorkeur voor situering van de punten in de bebouwde kom aan de rand maar niet in het landelijk gebied. Nader overleg met betrokkenen over inpassing bij Lage Grond, de Koelaan en Couwenhoven. Deze mogen niet in het natuurgebied worden gelegd.



Conclusie m.b.t aanleg fiets- en wandelpaden

Bij de eventuele aanleg en openstelling van paden behoort een plan voor de monitoring, waarin de effecten van de aanleg gevolgd kunnen worden. Indien er toch aantasting van natuurwaarden blijkt, dienen paden weer te verdwijnen. Paden in natuurgebieden zijn bedoeld voor extensieve recreatie in de natuur. Ook daarom is een bescheiden aanleg van paden noodzakelijk (zogenaamd laarzenpaadje). Bij tijdelijke sluiting van het pad, dienen de toegangen effectief gesloten te kunnen worden door bijvoorbeeld het wegnemen van een brug. Tevoren dient duidelijk te zijn welke beherende instantie deze kosten zal dragen. Onze werkgroep heeft er dus met de MER-Commissie bezwaren tegen om natuurkerngebieden ongezoneerd te ontsluiten. Bestaande wegen en paden geven veel recreatiemogelijkheden. Heel gericht zou nog naar goede aanvullingen gezocht kunnen worden, mits natuurwaarden niet aangetast worden. Natuurgroepen kunnen de natuurkerngebieden door het houden van excursies op gerichte en verantwoorde wijze onder toezicht toegankelijk maken. Ook onze werkgroep zet zich daar voor in!



Wij achten de voorstellen van de Landinrichtingscommissie voor de aanleg en openstellen van fiets- en wandelpaden in het gebied onvoldoende onderbouwd en uitgewerkt.



Diversen

Plan van Toedeling

Waarom wordt er bij voorbaat toebedeeld aan één natuurorganisatie? Wij hebben er bezwaren tegen dat dit al in het plan staat. De juiste weg is eerst (in het Landinrichtingsplan) de inrichting vast te stellen en dan de meest geschikte beheerder te zoeken.

Opslag van bagger

Dit mag niet ten koste gaan van natuur en landschap.

Zomerhuisjes, kamperen bij de boer e.d.

Dit mag alleen toegestaan worden als landschap en natuur niet worden aangetast.

Rijnwijcksewetering

De ondernemer direct aan de noordzijde van de spoorlijn aan de oostkant van de wetering heeft zich verplicht een natuurstrook van 10 m breed te handhaven. Deze zo ook bestemmen en meenemen in het plangebied voor de landinrichting en voor het bestemmingsplan.

De Brakel

Het parkeerterrein van de Golfclub is als "agrarisch te handhaven gebied" aangeduid. Dit klopt niet met de realiteit.



Schoonwatersysteem inleiding

Vooraf plaatsen wij een principiële kanttekening. Dit gebied op de flank van de Heuvelrug wordt gekenmerkt door de kwelmilieus. Door te grote grondwateronttrekkingen is de kwel verminderd. Herstel van de kwel is voor de natuurwaarde van de natuurkernen van eminent belang. Het Schoonwatersysteem kan daarvoor slechts zeer gedeeltelijk een alternatief zijn. Het aanbrengen van het Schoonwatersysteem mag geen excuus zijn de te grote grondwateronttrekkingen te handhaven. De werkgroep wil de oorspronkelijk grotere hoeveelheid kwel terug in het gebied.



Het principe van het ontwikkelen van een Schoonwatersysteem in het verlengde van de Langbroekerwetering wordt door onze werkgroep onderschreven. Tegen het tracé heeft de werkgroep grote bezwaren. De realisatie van het ontworpen tracé langs Zeist-West is een onevenredig grote aanslag op natuur en landschap. Wij denken dat het tracé ook anders kan. Het tracé door Zeist langs het Slot en door de Zeister Grift ligt er al. Er behoeft dan geen nieuwe kilometers lange wetering te worden gegraven van 6 tot 10 m breed. Gezien de grote voordelen van dit alternatieve tracé denken we dat ecologische effecten veel gunstiger uitpakken. Wij verwezen naar de bijgevoegde uitwerking van dit alternatief: "Het Plan Van Leeuwen". Dat maakt onderdeel uit van onze bezwaren en bedenkingen.



Wij maken onderscheid in bezwaren tegen de uitgangspunten waarmee het Schoonwatersysteem wordt onderbouwd en in bezwaren tegen het ontwerp voor het tracé. Bij de eerste groep bezwaren sluiten we aan bij de Commissie MER . Die schrijft op blz. 170 van het inspraakverslag: "Bij de VOP/MER'en is het van belang dat de resultaten van de effectbeoordeling navolgbaar en controleerbaar zijn." Dit is bij de VOP/MER voor Groenraven-Oost in onvoldoende mate het geval. Ook in het nu voorliggende ontwerpplan worden de effecten van het Schoonwatersysteem vooraf onvoldoende onderzocht en onderbouwd. Hierdoor wordt niet goed voldaan aan de MER-plicht.



Bezwaren tegen de onderbouwing van het Schoonwatersysteem

De onderbouwing van de gemaakte keuzen ten aanzien van het Schoonwatersysteem vindt de werkgroep onvoldoende. De bezwaren hebben betrekking op een breed scala aan onderwerpen. Hierna worden de voor dit stadium van het planontwikkeling belangrijkste bezwaren genoemd.

Bezwaren tegen het ontworpen tracé voor het Schoonwatersysteem

Ook tegen het gekozen tracé voor het Schoonwatersysteem heeft de werkgroep bezwaren. Door de werkgroep wordt het ontwerp als een grote aanslag beschouwd op de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Natuur- en karakteristieke landschapselementen worden doorsneden en vernietigd. Het wordt door de werkgroep ervaren als een gemiste kans om stedelijk en landelijk water tot één geheel te maken. Waarbij in het landelijk gebied de karakteristieke kwelgebonden natuur tot ontwikkeling kan komen.

Randvoorwaarden Schoonwatersysteem

Op deze plaats willen wij samenvattend enkele randvoorwaarden ter toetsing van het Schoonwatersysteem noemen:

In deze reactie worden in hoofdlijnen een alternatief tracé en een alternatief voor de situatie bij Zeist-West gepresenteerd. Deze zijn alternatieven zijn voldoende kansrijk om een vergelijking van de effecten van de alternatieven ten opzichte van het ontwerp wenselijk te maken. Wij verzoeken aan uw college om

Kunst

Uit ons commentaar blijkt dat het Schoonwatersysteem in het voorgestelde ontwerp op veel plaatsen een storend element in het landschap kan zijn. Dit behoeft juist geen "versterking". Kunst in relatie tot het Schoonwatersysteem vereist een zorgvuldige landschappelijke inpassing rekening houdend met de kleinschaligheid van het Kromme Rijn Landschap. Kunstopdrachten zouden overigens in het kader van de totale Landinrichting gegeven moeten worden en niet alleen "opgehangen" moeten worden aan het Schoonwatersysteem.





Wij zijn graag tot nadere toelichting bereid,

hoogachtend,





Voorzitter Secretaris









E. Bakker-Slichger M.P. van Kouwen

Alternatief schoonwatersysteem

Door W. van Leeuwen, hydroloog.

18-10-1998



De werkgroep heeft een alternatief ontwikkeld dat aan de bezwaren tegemoet komt en tevens de bedoelingen van het schoonwatersysteem honoreert. Het alternatief biedt voorts, naar het oordeel van de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West, een aantal belangrijke voordelen. Het biedt bovenal betere ontwikkelingskansen voor de natuur en duurzaam gebruik van gebiedseigen water.



Hoofdlijnen alternatief schoonwatersysteem.

· Schoonwatersysteem langs Slot en Grift door Zeist-West (maximaal 400 l/s bij Rijnwijck, maximaal 250 l/s door Zeist-West)

· Effluent RWZI-Zeist niet via Nieuwe Hakswetering maar via een gesloten leiding het gebied uit.

· Handhaven van bestaande peilen langs gehele tracé en in het bijzonder bij de Lage Grond

· Nieuwe Hakswetering wordt ook deel van schoonwatersysteem.

· Inlaat in Kouwenhovense Wetering vanuit Nieuwe Hakswetering met pomp (maximaal ongeveer 30 l/s)

· Afvoer uit Biltse Grift in westelijke richting en niet meer door Zeist;

· Doorvoer van het schoonwatersysteem naar Oostbroek, Biltse Grift en Sandwijk door inlaatgemaaltje (maximaal ongeveer 100 l/s);

· Verwijderen van slib in het gehele schoonwatertracé.

· Voor de golfbaan wordt een aansluiting gerealiseerd via de (oude)Hakswetering of Kouwenhovense Wetering.



Voordelen alternatief schoonwatersysteem

· Voor de kwaliteit van het oppervlaktewater door het effluent uit het gebied weg te voeren;

· Voor de volksgezondheid door in de woonomgeving meer schoon water te hebben;

· Voor het landschap door karakteristieke elementen te handhaven die met het Ontwerp Landinrichtingsplan verloren dreigen te gaan

· Voor de natte natuur door twee grote aaneengesloten watersystemen:

· Voor de natuurkern Rijnwijck waar geen gebiedsvreemd water door stroomt

· Voor de natuurkern Blikkenburg waar geen gebiedsvreemd water door stroomt

· Voor de natuurkern Wulperhorst dat het kwelwater uit Blikkenburg kan benutten

· Voor de natuurkern Niënhof dat water uit het schoonwatersysteem kan krijgen

· Voor de boeren in de Lage Grond die geen peilverhogingen te verwerken krijgen;

· Voor de bewoners van Brugakker waar de gevreesde wateroverlast zeker niet aan peilwijzigingen zal kunnen worden toegeschreven;

· Voor de bewoners van Zeist-West die een gewaardeerd en vertrouwd uitzicht behouden;

· Voor de visstand in het gehele gebied, zeker als een extra vistrap wordt aangebracht in de Grift bij de stuw bij de het oude sluisje;

· De scores van de doelrealisaties stijgen. Zo wordt met het voorgestelde alternatieve schoonwatersysteem het meest milieuvriendelijke alternatief gerealiseerd.

· Het stadswater wordt niet geïsoleerd maar een integrerend onderdeel van het watersysteem

· Er kan met minder water uit de Langbroekerwetering worden volstaan door minder inzijging, waardoor minder risico´s voor vervuiling uit de Langbroekerwetering. Ook minder noodzaak om water uit de Kromme Rijn in te laten;

· Er is minder verspreiding van mineralen door accumulatie in het slib vanwege de inzijging bij een hoog schoonwatersysteem



Taakstelling voor de Gemeente Zeist

Voor rioolbeheer ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de gemeente. In een waterplan van de gemeente Zeist zou een operationeel plan kunnen worden gemaakt voor het verplaatsen van de lozing van het effluent van de RWZI, het terugdringen van de overstorten, het verwijderen van slib, het ontmengen van gemengde rioolstelsels, het afkoppelen van schone oppervlakken (daken en stille straten en pleinen), het infiltreren van schoon water in de bodem, het aanpakken van diffuse bronnen, het beïnvloeden van het gedrag van bewoners ten gunste van natuur en milieu door het geven van medeverantwoordelijkheid etc. Een belangrijke taakstelling derhalve voor Gemeente Zeist.



De Werkgroep Natuurlijk Zeist-West heeft aan de Gemeente Zeist voorgesteld om het Schoonwatersysteem door de Slotvijver en de Zeister Grift te laten lopen. Gebleken is dat dit ook de sterke voorkeur had en heeft van de gemeente Zeist. Gebruik maken van de Zeister Grift kan als de gemeente prioriteit bij het terugdringen van riooloverstorten legt.



Verzoek aan Gedeputeerde Staten

Wij verzoeken GS om door middel van voorfinanciering een versnelde aanpak van de riooloverstorten op de Zeister Grift mogelijk te maken. Dan wordt een kwaliteitsspoor gevolgd dat op duurzame wijze gebruik maakt van het water in het gebied.