Werkgroep Natuurlijk Zeist-West

Couwenhoven 4612

3703 EM Zeist

telefoon 030-6958618

fax 020-8778887

email: natuurlijkzeist-west@planet.nl





Aan

Gedeputeerden Staten van Utrecht

T.a.v. de afdeling Landelijk Gebied

Postbus 80300

3508 TH Utrecht







onderwerp: Inspraakreactie Ontwerp Zeist, december 9, 2000

Natuurgebiedsplan Kromme Rijn

2000REG003260i





Geacht college,



Wij hebben met belangstelling kennis genomen van het plan. Wij zijn verheugd over de aandacht voor de natuur en de ecologische verbindingszones. Het plan vinden wij een helder document waarin een moeilijke materie beknopt is beschreven.



Wij hebben de volgende opmerkingen.



Inspraakprocedure

Een termijn van vier weken is te kort om een goede inbreng te kunnen leveren. Graag waren wij als natuurorganisatie ook in een soort vooroverleg en informatieronde betrokken. Het is ons verder gebleken dat enkele natuurorganisaties in onze omgeving wegens tijdgebrek niet kunnen reageren. Onze werkgroep werkt met vele organisatie samen in de werkgroep Faunapassages Zeist-Zuid-West. Onze reactie is mede gebaseerd op de ervaring met de activiteiten van deze Werkgroep Faunapassages. Het kan zijn dat zij de eerder genoemde participanten in de Werkgroep Faunapassages Zeist-Zuid-West in de vervolgprocedure zelf zullen reageren.



Opmerking per pagina

pag. 5 Bij de gebiedsbeschrijving van het overgangsgebied ook kwelnatuurzones noemen.

Idem De verbindingen tussen Kromme Rijngebied en Heuvelrug zijn van groot belang. Bij het toevoegen van landschapselementen zal rekening gehouden moeten worden met cultuurhistorische randvoorwaarden. De voorkeur zal gegeven moeten worden aan herstel en verbetering van reeds aanwezige elementen.

Pag. 7 Wij zien de Kromme Rijn niet als belangrijkste verbindingszone. De verbindingszone Grote Rivieren - Vechtplassen volgt voor grote delen een ander tracé. De Kromme Rijn loopt deels door verstedelijkt gebied. De grotere zoogdieren volgen op veel plaatsen niet de loop van de Kromme Rijn. Daarnaast is voor een aantal (amfibieën)soorten de waterkwaliteit van de Kromme Rijn niet goed genoeg. In Groenraven-Oost gebruikt het Ree (in onze ogen een gidssoort) de lager gelegen deels natte gedeelten van het overgangsgebied. Naar onze mening moet er een verbindingszone komen die kwelwaterzones aan de flank van de Heuvelrug volgt en zoveel mogelijk de reeds bestaande routes en potenties gebruikt. Voor ons werkgebied (Groenraven-Oost) kunnen wij u nadere informatie leveren.

Idem Bij de opsomming van barrières ontbreekt de A28.

pag. 10 Het Natuurgebiedsplan heeft geen planologische status schrijft u en op pagina 11 merkt u op dat de EHS en BNLU op zich zelf nooit leiden tot een beperkende bestemming of beperkingen aan bestaand gebruik. Wij nemen aan dat bij het beoordelen van wijziging in de bestemming of verandering van gebruik het Natuurgebiedsplan wel een bepaalde rol kan vervullen. Deze passages roepen verder de vraag op naar de planologische bescherming van verbindingszones. Daarover vernemen wij graag uw visie, waarbij wij vermelden dat wij voor het bestemmingsplan buitengebied Zeist-Zuid-West hebben voorgesteld niet alleen voor gasleidingen en cultuurhistorie, maar ook voor ecologische verbindingen een dubbelbestemming op te nemen.

Pag. 14 Bij de inspraak in 1995 op het Begrenzingenplan Groenraven-Oost en ook in 1998 op het Landinrichtingsplan is aangegeven dat de ecologische verbindingszones onvoldoende uitgewerkt zijn. Hieronder nemen wij toepasselijke delen uit onze reactie van 26 oktober 1998 op het Landinrichtingsplan op. Wij verzoeken u om onze opmerkingen thans te betrekken op het Natuurgebiedsplan.



De ecologische verbindingsroute tussen Koelaan en Kouwenhovenselaan

Onze werkgroep meent dat het landschap ten zuiden van Zeist de uitstraling van een in hoofdzaak agrarisch landschap moet behouden. Het gaat om een open gebied met in het verleden natte weilanden, grienden, boomgaarden en met (soms verwilderde) parkbossen. Het blikveld zuid-noord moet in principe open zijn. Dit landschap is een cultuurlandschap op een bodem geschapen door de rivier. Dit is op veel plaatsen nog herkenbaar. Dit authentieke landschapsbeeld verdient bescherming. Nieuwe beplanting moet met respect voor de lijnen van het oorspronkelijke landschap en de aanwezige beplanting en natuurwaarden worden aangebracht. (...)



De Landinrichtingscommissie handhaaft in het gebied tussen Zeist en Bunnik een te strakke scheiding tussen landbouw en overige functies. Daardoor wordt een niet-effectieve invulling van de EHS-structuur tussen Zeist en Bunnik gegeven. In dit gevoelige gebied zou deels natuurbeheer door agrariërs op landbouwgrond moeten plaatsvinden. Ook al omdat de ecologische verbindingszone die langs de wijk Couwenhoven is geprojecteerd, niet de traditionele wildwissels volgt. De ecologische verbinding is zo dicht bij de bebouwing van Zeist gesitueerd dat wild niet buiten het landbouwgebied kan. Daarom moet er aandacht besteed worden aan het creëren van stepping-stones in het landbouwgebied tussen de wijk Couwenhoven en De Brakel die de eeuwenoude wildwissel blijven ondersteunen.



Wij vinden nu dat de steppingstone tussen de Kouwenhovenselaan en de Koelaan een groter oppervlak moet krijgen. De grond moet ook in eigendom komen als natuurgebied en ook als zodanig bestemd worden. De verdeling van gronden in het kader van de landinrichting biedt daartoe de mogelijkheid. Verder moet gewaarborgd zijn dat het trekken van dieren door het agrarisch gebied mogelijk is. De bestaande randsloot langs Zeist-West kan met enige aanpassingen voor de natte ecologische verbinding tussen de Koelaan en de Lage Grond zorgen. Daarin is thans voorzien. Wij citeren verder onze reactie op het Landinrichtingsplan:



Wij vinden dus dat er in dit gebied twee verbindingsroutes uitgewerkt moeten worden. De natte loopt langs de randsloot van Zeist-West. De droge verbinding kan in overleg met de landbouwers en met de lokale natuurkenners versterkt worden door de bestaande, reeds aanwezige wildwissel met stepping-stones te versterken.



Lage Grond/Niënhof/Oostbroek

Het plan voor de natte verbinding in de vorm van een uit te graven meander is zo vaag dat het slechts globaal beoordeeld kan worden. Wij stellen vast dat Hakswetering, Kromme Rijn, Zeister Grift, diverse sloten en het Schoonwatersysteem al voor natte verbindingen zorgen. Waarom dan nog een natte verbinding? Het uitgraven van een meander in dit gebied kan niet beoordeeld worden als niet de natuur-, de milieu- en de landschapseffecten daarvan in een MER-achtige rapportage inzichtelijk gemaakt worden. Wij vinden dat een dergelijke zinsnede in het plan moet worden opgenomen. Vooralsnog hebben wij bezwaren tegen het uitgraven van nog een meander in dit gebied omdat het graven van meanders het agrarisch landschapsbeeld kan aantasten en dat de natuurwaarde ervan in relatie tot niet-uitgraven moet worden aangetoond. Er is bijvoorbeeld ook nestelgelegenheid voor weidevogels nodig.



Inrichting Koelaan/faunapassages

Een veel gebruikte wildwissel loopt iets ten noorden van de Oude Hakswetering en kruist vervolgens de Koelaan. Het is daarom onjuist dat op deze plaats langs de Koelaan voorgesteld wordt om struweel te verwijderen zonder weging van deze natuurbelangen. Het is ook niet duidelijk wat het verwijderen van wat struweel toevoegt aan de aanwezige as van het Zeister Slot. Het verwijderen van struweel is onvoldoende gemotiveerd. Iets verder ten westen van de Koelaan is de volgens de kaart te handhaven beplanting overigens al verdwenen. Deze (in de vorm van een hoogstamboomgaard) speelde een belangrijke rol in de faunapassage. Waar particuliere eigenaren kennelijk slordig met natuurbelangen omspringen, moeten overheid en natuurbeheerders in dit gebied het natuurbelang met betrekking tot het handhaven van struweel voorop stellen.



Inrichting natuurontwikkeling en faunapassages Tiendweg/Wulperhorst/De Brakel

(..)

Er is geen garantie dat aan de zuidzijde van de spoorlijn Utrecht-Arnhem bij de Schoudermantel een landschappelijke inrichting is en blijft die de in het plan opgenomen passage langs de Kromme Rijn onder de A12 door in stand houdt. Wij achten het Landinrichtingsplan hier ernstig te kort schieten. Daarom ook de thans reeds functionerende passage bij de veetunnel in de Wulperhorst in het plan en op de kaart opnemen en verder versterken. In het gebied bij de veetunnel houden zich overdag reeën schuil. Helaas is hier al een wandelpad geopend. Dit is hier de enige stepping stone. Bij het maken van een wandelpad moet hiermee rekening worden gehouden. Derhalve geen tracé langs de spoorbaan, maar gewoon zoals nu langs het Grand Canal en aldaar dichte begroeiing creëren. Pas wandelpaden openstellen als er voldoende dekking gerealiseerd is. Alleen wandelpaden onder ecologische monitoring van de effecten.

(..)



Blikkenburg/Bunzing

Het huidige militaire kamp bij Blikkenburg heeft in het Landinrichtingsplan de bestemming agrarisch te handhaven. Dit moet naar onze mening gezien de planologische doelstellingen in dit gebied zijn natuur. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een deel van het zogenaamde populierenperceel, een bijzonder natuurgebied. Voorts moet meer uitgebreid overwogen om de akkers tussen Bunzinglaan, Tiendweg, Driebergseweg en Koelaan een natuurbestemming te geven dan wel daarop een meer natuurlijk beheer te voeren. Dat zou prioriteit moeten hebben in de zogenaamde Groene Driehoek.



Hoge Woerd/Odijk

Het aanleggen van een strook bos (..) achten wij landschappelijk niet passend. Dit is open weidegebied. (..) Het aanleggen van een voetpad (..) werkt verstorend en is niet nodig als de Rijnseweg van een goed voetpad wordt voorzien. In elk geval moeten ook hier huisdierwerende maatregelen worden getroffen. (..)



Park Schoonoord integraal benaderen

Wij achten het onjuist dat het Park Schoonoord, vanwege de aanleg in de Engelse Landschapsstijl een gemeentelijk monument, dat wordt toegeschreven aan J.D. Zocher, in het Landinrichtingsplan niet als eenheid gezien wordt.

(..)



A28/Utrechtseweg

De aanduiding faunapassage ontbreekt bij het viaduct in de A28. Ook dienen de gronden bij de passage de bestemming natuur te krijgen. Ook dient de huidige wildwissel tussen De Holle Bilt en Vollenhove waar deze de Utrechtseweg kruist als faunapassage aangewezen te worden zodat ter plaatse beschermende maatregelen getroffen kunnen worden.



Pag. 14 Eigen identiteit landschapstypen. Instandhouding en ontwikkeling ervan vraagt om de betrokkenheid van historisch-geografen. Vermeden moet worden dat nieuw landschap over oude authentieke elementen wordt gelegd.

Pag. 16 In de opsomming van de pakketten missen wij hakhoutpercelen/grienden.

Pag. 17 Bij beheerssubsidies staat vermeld dat het terrein tenminste 8 maanden voor het publiek geopend moet zijn. Wij vragen ons af hoe dit zich verhoudt tot eventuele ecologische vereisten als schuilplaats voor dieren etc. Ecologische verbindingszones kunnen niet functioneren zonder stepping stones waarin dieren gevrijwaard zijn van verstoring. In de reactie op het Landinrichtingsplan Groenraven-Oost gaf de MER-commissie de volgende aanbevelingen:

Bedoelde landgoederenzone is binnen Groenraven-Oost echter het laatste nog rustige deel van het landelijk gebied. Zo beschouwd zou de aanleg van de paden de nu nog aanwezige zonering in Groenraven-Oost juist teniet doen. Bovendien moet deze zone volgens de inrichtingsopgave beter gaan functioneren als ecologische verbindingszone. De geprojecteerde fietspaden staan letterlijk en figuurlijk haaks op de richting van deze zone, met alle risico's voor verstoring en versnippering (bladzijde 161).

En op bladzijde 168:

Milieu-effecten (versnippering, verstoring) van recreatief medegebruik kunnen worden verminderd door: Ruime bufferzones rondom kwetsbare natuurgebieden (met een recreatief medegebruik van maximaal 2/ha) rekening houdend met de draagkracht van natuur en landschap. In dit kader adviseert de Commissie MER in elk geval tot heroverweging van de ontsluiting van het plangebied voor recreatief fietsen en geheel of gedeeltelijke afsluiting (bijvoorbeeld in broedseizoen) van kwetsbare landgoederen met vervangende recreatiemogelijkheden elders dicht bij de woonomgeving (compensatiebeginsel).

Natuurbeschermingsorganisaties mogen niet financieel gestraft worden als zij uit hoofde van hun verantwoordelijkheid menen dat het nodig is om beperkingen in de recreatieve openstelling aan te brengen.

Pag. 20 Bij de randvoorwaarden en toetsingscriteria, punt natuurgebieden binnen de zoekzones voor ecologische verbindingen, missen wij aandacht voor de vraag of een verbinding daadwerkelijk tot stand komt. Immers, indien één schakel ontbreekt, of bijvoorbeeld een perceel omheind wordt of voor het publiek wordt opengesteld, kan een hele verbinding onderbroken worden. Wij vinden dat de gepresenteerde methodiek van zoekgebieden daarvoor onvoldoende oplossing biedt en menen dat er een gericht planologisch instrumentarium nodig is. Het zogenaamde vergunningvrije bouwen maakt het soms onmogelijk om in te grijpen waar dat wel nodig kan zijn. Dit is een bedenkelijke ontwikkeling die leidt tot het feitelijk onbruikbaar maken van verbindingszones. Wij verzoeken u de betrokken ministers daarover te informeren. Wij kunnen u een voorbeeld geven.

Pag. IV Het Werkdocument Ecologische Verbindingszones, 1993 (in het Beheersgebiedsplan staat 1994) is bij ons niet bekend. Wat is de status ervan, is hierover inspraak geweest en kunnen wij een kopie van dit document krijgen?

Pag. V De provincie overlegt intern over de opzet en nadere uitwerking van deze bijlage, schrijft u. De ecologische verbindingszones in Groenraven-Oost worden niet beschreven. Het gaat hier om de belangrijke (rijks)verbinding Rivieren - Vechtplassengebied en om de verbindingen tussen de Groene Driehoek en de Heuvelrug. In het licht van onze eerder vermelde kritiek op de realisering van de ecologische verbindingszones in het Landinrichtingsplan Groenraven-Oost hebben wij er bezwaren tegen dat de verbindingen in Groenraven-Oost niet wordt beschreven. Wij worden bij de uitwerking door u van de bijlage graag betrokken.

Pag. V Zoekzone van 200 meter breed. Deze vinden wij te smal. De zone moet samengesteld worden uit delen die het geheel tot een succes kunnen maken.

Pag. VI Verbindingen langs hoofdwatergangen. Wij betwijfelen of hoofdwatergangen vaak, of zelfs maar enigszins, een goede verbinding vormen. De meeste hoofdwatergangen voeren een groter of kleiner deel van het jaar gebiedsvreemd en vervuild water. Het is onze ervaring dat om de biodiversiteit te behouden aanwezige kwelwaterzones meer kansrijk zijn. Het is echter de klant (in casu het dier) die met voeten kiest. Het best kunnen functionerende verbindingen worden versterkt. Meestal hebben die een natte component.

Pag. VII Goed beheer van de ecologische verbindingszone is van groot belang. Wij onderschrijven deze opmerking van harte. Wij vinden dat GS de regie moeten voeren over het goed functioneren van ecologische verbindingszones waaronder het controleren of het functioneren van een zone niet wordt bedreigd. Daarnaast moet door voorlichtingsactiviteiten worden gepoogd om alle medewerking van de betrokkenen te krijgen.

Pag. VII Bij de inrichtingseisen hebben wij eisen ten aanzien van de waterkwaliteit gemist. Voor gidssoorten als de Kamsalamander, maar ook voor floraverspreiding, dienen die wel gesteld te worden.

Pag. VIII Wij missen overwegingen ten aanzien van openstelling voor publiek. Onzer inziens moet een eis zijn dat schuilgelegenheid en een deel van foerageerzones niet opengesteld mogen worden. Dit geldt mutatis mutandis ook voor de natte zone. Is de zone 500 meter breed aan elke zijde? Dat lijkt ons wel gewenst. Dat een areaal van beschutting biedende begroeiing ongeveer 5% zou moeten zijn, zal sterk afhangen van de omstandigheden inclusief openstelling. Wij bepleiten een situationeel gericht beleid dat als normstelling heeft dat feitelijk gebruik als verbindingszone plaats kan hebben en plaats heeft. Bestaan er subsidiepakketten voor het instandhouden van een verbindingszone? Zo niet dan lijkt dan wel gewenst, mogelijk ook voor wegbeheerders.

Pag. IX Wij onderschrijven de opmerking dat deelgebieden niet homogeen zijn. Wij zouden als natuur- en landschapsorganisatie graag betrokken worden bij de keuze voor bepaalde UNAT's. Deze hebben namelijk ook consequenties voor behoud en ontwikkeling landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Via de landinrichting zijn wij betrokken bij de ontwikkeling in Groenraven-Oost. Dat de eindbeheerder bepaalt welke van de in het deelgebied opgenomen natuurdoeltypen waar worden gerealiseerd zouden wij graag genuanceerd zien. Ook de deskundigheid en gebiedskennis van anderen moet betrokken worden bij de besluitvorming.

Pag. XII Wij missen een beschrijving van het Wildviaduct in de A28. Het goed instandhouden van de ecologische verbindingszone hier verdient uitgebreide ondersteuning

Pag. XII Ontwikkeling kleine bosjes en struwelen is belangrijk voor de ecologische verbindingszone, maar is uit landschappelijk oogpunt in het open Kromme Rijngebied anders dan u schrijft minder gewenst. Mutatis mutandis geldt dit ook voor het gestelde over Wulperhorst op pagina XIII. Onze werkgroep stelt de ecologie boven cultuurhistorische waarden. Dan neemt niet weg dat inpassing van ecologische noodzakelijk elementen cultuurhistorisch verantwoord en optimaal dient te geschieden.

Pag. XVII Wij hebben om cultuurhistorische en ecologische reden op voorhand bezwaren tegen het realiseren van 1 ha moeras in de Lage Grond en geven de voorkeur aan nat soortenrijk grasland met poelen die betere voortplantingsmogelijkheden geven voor amfibieën.

Kaart 1 De bij de nota gevoegde kaart is wat te grote schaal en is niet zo duidelijk als gewenst. Graag zouden wij nog een kwalitatief beter kaart ontvangen (eventueel alleen van Groenraven-Oost). Op de kaart zijn de verbindingszones in Groenraven-Oost niet ingetekend. wij menen dat het goed is als dat wel gebeurd en willen een voorstel van u graag nog becommentarieren voordat de inspraaknota verschijnt. Wij willen nog eens uw aandacht vragen voor de volgende verbindingen:

a. Met de Heuvelrug bij Tallyho: deze verbinding is erg smal. Nogmaals pleiten wij ervoor nu de bewoning op dit terrein is verplaatst naar het koetshuis, om het perceel van de villa aan te kopen. Zo kan er een erg belangrijke verbinding met de Heuvelrug tot stand worden gebracht.

b. De feitelijk functionerende verbinding over de Utrechtseweg tussen Vollenhove en Beerschoten waarin de Utrechtseweg een ernstige barriere vormt evenals de toenemende activiteiteiten aan de Holle Bilt (verlichting parkeerplaats).

c. Met de Heuvelrug: bij Couwenhoven tussen de Niënhof en het landgoed De Brink. Wij vragen u om de gemeente Zeist financieel te ondersteunen bij ecologische waardevolle activiteiten binnen het stedelijk gebied die mede kunnen bestaan uit het aanleggen van verbindingszones en het verbeteren van de waterkwaliteit van de Zeister Grift en de Nieuwe Hakswetering. En om te bevorderen dat stedelijke ecologische verbindingszones in stand blijven.

d. De verbinding over de Utrechtseweg bij Griftenstein: de aanwezige natuurterreinen zijn onvoldoende. De activiteiten van Hessing trekken een zware wissel op de verbinding.

e. Het Wildviaduct A28. De zone moet breder door uitbreiden van natuurterreinen.

f. Passages over A12. Het is onduidelijk waarop ingezet wordt, maar het is wel duidelijk dat de diverse verbindingen onder andere door verstedelijking in Odijk en Bunnik onder zware druk staan. Het realiseren bij een ecologische verbindingszone die ook werkelijk functioneert dient prioriteit te krijgen. In het kader van de verbreding van de A12 zullen faunapassages komen. Het is van groot belang dat de ecologische verbindingszones naar deze passages werkelijk functioneren. Dit vraagt inzet van subsidie-, maar ook van planologische instrumenten. U lijkt het aangewezen orgaan om hierin een regisserende rol te spelen.

g. Verder geldt dat er rond de verschillende verbindingen voldoende migratiezoekgebieden nodig zijn. Met name in de Stichtse Lustwarande vraagt dit de nodige aandacht.



UNAT's

Hoe heeft koppeling van UNAT's aan gebieden plaatsgevonden. Als aangegeven zouden wij daar graag bij betrokken worden. In elk geval gaan wij uit van de nodige flexibiliteit. Is het nu zo dat met het vaststellen van het Natuurgebiedsplan, ook de koppeling van UNAT's is vastgelegd? Of is daarvoor een ander besluitvormingstraject?



Interactieve beleidsvorming en -uitwerking

Het is van groot belang dat bij de uitwerking de gebiedskennis van plaatselijke natuurgroepen en gebruikers wordt betrokken. Dit is noodzakelijk als aanvulling op de vaak te globale kennis van bij plannenmakers. Het gebrek aan kennis over details van actueel aanwezige natuurwaarden vraagt ook om een flexibel omgaan met de aangegeven UNATs, die wij in de startfase van de beleidsvorming vooral indicatief willen zien. Ook moet er bij de uitwerking voldoende ruimte zijn voor het vergaren van geomorfologische en cultuurhistorische gegevens en het waarderen daarvan in het terrein. Te vaak wil men snel met de aanleg beginnen, waardoor er nodeloos schade aan andere waarden wordt toegebracht. Omdat het realiseren van UNATs soms ingrijpen in het landschap betekent, zal voor het aanvragen van een aanleg- of monumentenvergunning onderzoek vereist zijn. Dus moet er ook geld zijn voor doen van voldoende vooronderzoek voordat UNATs worden gerealiseerd.



Wij zijn gaarne tot het geven van een nadere toelichting bereid. Een kopie van deze brief zenden bij u per email (linde-kuyf@provincie-utrecht.nl) en per fax (2282130)



Hoogachtend,



E. Schuler

Werkgroep Planologie