Het gebied ten zuidwesten van
Zeist
ligt op de overgang van Heuvelrug en Kromme Rijngebied. De hoofdstroom
van de Rijn heeft hier vroeger lichte en zware gronden afgezet. Dit
heeft
geleid tot een grote verscheidenheid in landschap en natuur. Op de
drogere
en hogere zandgronden vinden we de landgoederen met loofbossen en ook
de
boomgaarden. Op de nattere kleigronden vinden we weidegebieden. Maar
ook
grienden die wilgen- en elzenhout leverden voor huishoudelijk en
agrarisch
gebruik. Akkerland, weiland en boomgaarden horen bij het
oorspronkelijke
cultuurlandschap van het Kromme Rijngebied. Bijzonder is ook de
aanwezigheid
van kwelwater. Dit is regenwater dat in de bodem verdwijnt en door het
zand gefilterd wordt op de Heuvelrug en dat bovenkomt in het Kromme
Rijngebied.
De afwisseling in het landschap
en
het kwelmilieu leidt ook tot grote verscheidenheid in dieren- en
plantenleven.
De aanwezigheid van libellen, roofvogels, salamanders, ringslangen,
dassen,
reeën en vleermuizen laat zien dat het nog goed toeven is voor
dieren
in het Kromme Rijngebied. In het kwelmoeras bij Blikkenburg vinden we
bijvoorbeeld
nog ringslangen. En waterviolier en dotterbloemen. Een aantal sloten in
Zeist-West en de poel op De Brink worden gevoed met kwelwater. Door
goed
beheer kunnen deze sloten een rijke natuur tonen.

Ook het gebied langs Zeist-West
is
zo waardevol dat het Rijk dit opgenomen heeft in de Ecologische
Hoofdstructuur
van Nederland. Een belangrijke functie van dit gebied is
verbindingszone
tussen natuurgebieden. Tussen Bunnik en Zeist is de verbindingszone
maar
één kilometer breed. Dat is smal voor een gebied waarin
wild
moeten kunnen trekken. Kansen om de natuurfunctie te verbeteren zijn
aanwezig.
Maar de oprukkende verstedelijking, de recreatie en de intensieve
landbouw
vormen ook een bedreiging. De verbreding van de snelweg A12 en van de
spoorlijn
Utrecht-Arnhem kunnen de ecologische verbinding aantasten als er geen
goede
maatregelen worden genomen.
De fraaie kwaliteiten van het landschap tussen Kromme Rijn en Heuvelrug werden al vroeg herkend. Vanaf 1600 leggen rijke Nederlanders er grote landgoederen aan. Zo wordt het landschap van Zeist en omgeving gekarakteriseerd door: